Veelgestelde vragen over de opleiding industrieel ingenieur

1. Opbouw van de opleidingen

    Industrieel ingenieur Gent: 3 jaar bachelor en 1 jaar master 

    • 1ste bachelor gemeenschappelijk voor alle opleidingen
    • 2de bachelor: keuze tussen 5 afstudeerrichtingen: bouwkunde (met 2 majors: bouwkunde / landmeten), chemie, elektromechanica (met 2 majors: elektromechanica / elektrotechniek en automatisering), elektronica-ICT, informatica.
    • 7 masters: bouwkunde, landmeten, chemie, elektromechanica, elektrotechniek/automatisering, elektronica-ICT, informatica

    - Master elektrotechniek: 2 afstudeerrichtingen: automatisering, elektrotechniek

    - Master elektronica-ICT: 3 afstudeerrichtingen: elektronica, ICT, ingebedde systemen

    Bachelor industriële wetenschappen 1ste-3de bach

    Bachelor industriële wetenschappen 2

    De inhoud van de opleiding is opgebouwd rond vijf leerlijnen: wiskunde en wetenschappen – technologie – engineering – project en onderzoek – communicatie en bedrijfsmanagement. Wiskunde en wetenschappen komen in de eerste twee jaren aan bod en vormen de basis van de opleiding. De andere leerlijnen lopen door in alle opleidingsjaren en nemen jaar na jaar toe in diepgang en complexiteit.

    Het eerste jaar is volledig gemeenschappelijk en bestaat uit 5 vakken in het 1ste semester, 5 vakken in het 2de semester en 2 jaarvakken. Je krijgt een stevige basis in wiskunde en wetenschappen en je maakt kennis met de verschillende ingenieursdomeinen, wat je in staat stelt om vlot met collega’s uit andere disciplines te communiceren. Dat is één van de troeven van een ingenieur in vergelijking met een professionele bachelor of een zuivere wetenschapper. Ingenieursproject is de start van een projectlijn die doorheen de opleiding behouden blijft.

    Je doorloopt in een klein team – als een echte ingenieur – de volledige ‘ontwerpcyclus’ van een toestel, product of dienst, volgens het CDIO-model (Conceive, Design, Implement and Operate): je bedenkt, ontwerpt, maakt en test. Hierbij houd je steeds rekening met het duurzaamheidsaspect van je ontwerpen, een must-have-skill voor de ingenieur van de toekomst. Je leert ook zelfstandig informatie verzamelen en deze kritisch beoordelen, een projectplanning opstellen, in groep taken verdelen en uitvoeren, technisch-wetenschappelijke rapporten schrijven, professionele presentaties maken en op een constructieve manier feedback en input geven op de resultaten van je medestudenten. In de loop van het jaar werk je aan twee projecten. Je kan telkens kiezen uit 6 onderwerpen zoals een brug ontwerpen, biodiesel produceren, je eigen elektronische Internet-of-Things-oplossing ontwikkelen, een escape room spel programmeren, een elektromagnetische kraan of windturbine bouwen.

    Vanaf het 2de jaar kies je een afstudeerrichting: bouwkunde, chemie, elektromechanica, elektronica-ICT of informatica. Binnen de afstudeerrichting bouwkunde kan je in je derde jaar kiezen voor een major bouwkunde of landmeten. Binnen de afstudeerrichting elektromechanica kan je kiezen uit de majors mechanica of elektrotechniek en automatisering. De algemene vakken (wiskunde, wetenschappen en algemene ingenieursvakken) maken dan steeds meer plaats voor de specifieke ingenieursvakken. Je specialiseert je dus in het door jou gekozen domein. De maatschappelijk vormende vakken en de projecten vervolledigen je studiepakket. Zo stimuleren we je creativiteit, communicatievaardigheden, ontwerpvaardigheden en zelfwerkzaamheid.

    De theorie wordt omgezet in praktische kennis via oefeningen in werkcolleges en practica in laboratoria, en soms zelfs in de open lucht. Een industrieel ingenieur stopt immers niet bij de theorie en de concepten; je bent pas tevreden als de toepassing echt werkt. Daarnaast staan ook projecten en/of stages (al dan niet in het buitenland) op het programma. Zo maak je tijdens je studie al kennis met het ingenieursberoep. Via keuzevakken kun je bovendien persoonlijke accenten leggen.

    Na de bachelor kies je voor één van de 7 masteropleidingen. In de master zal je zowel je kennis verbreden als je verder specialiseren in je vakgebied. Er zijn nog een beperkt aantal plichtvakken, maar je kan ook kiezen uit een uitgebreid pakket aan keuzevakken, waaronder een stage in binnen- of buitenland.

    2. Welke vakken krijgen we in het eerste jaar?

    - p. 18-23: lestabel 1ste, 2de en 3de bachelor

    - p. 25-27: korte beschrijving van vakken 1ste bachelor

    Industrieel ingenieur vakken eerste jaar

    Wiskunde I en II

    In de vakken Wiskunde I en II maken we je vertrouwd met een aantal fundamentele begrippen, technieken en redeneringen uit de wiskunde waarbij het probleemoplossend denken centraal staat. Veel nadruk ligt dus op het maken van oefeningen, maar daarnaast is het ook belangrijk de theorie te begrijpen en een zekere mate van abstract redeneerniveau te bereiken. Je bestudeert verschillende basis- en gevorderde onderwerpen zoals: complexe getallen, vectoren, meetkunde, lineaire algebra en functies van één of meerdere reële veranderlijken (continuïteit, limieten, differentiaal- en integraalrekening, differentiaalvergelijkingen),… die je in verschillende vakken van je verdere ingenieursopleiding zal toepassen.

    Algemene chemie                                                  

    Chemie is een basiswetenschap voor iedere ingenieur. Gaande van waterzuiveringsinstallaties over halfgeleiders en nierdialysetoestellen tot corrosieverschijnselen: zonder goede kennis van de chemische grondslagen vallen ze niet te verklaren. Het vak Algemene Chemie biedt je een grondig inzicht in de atomaire en moleculaire structuur en in de reacties bij omzetting van materie (zowel in gasvormige, vloeibare of vaste fase als in opgeloste toestand). Je leert de fundamentele basisprincipes en -modellen, chemische wetmatigheden en bijbehorende berekeningsmethoden beheersen en vlot toepassen. De inhoud van het vak bevat onder meer: atoombouw, chemische binding, aggregatietoestanden, oplossingen, reacties en evenwichten in waterige oplossing (zuur-base, redox, neerslag, complexvorming), galvanische cellen, pH-metingen en elektrolysefenomenen. In de oefeningenlessen en practica toets je de geziene leerstof aan de praktijk.

    Elektriciteit

    Het vak elektriciteit verklaart de basisprincipes, -wetten en -technieken van de elektriciteit om ze daarna ook goed te leren hanteren. Je krijgt inzicht in elektrische netwerken door de verschillende technieken in te oefenen. Theoretische begrippen worden verduidelijkt aan de hand van praktische voorbeelden én practica. De inhoud van het vak bestaat uit vier grote onderdelen. Het onderdeel elektrostatica behandelt krachtvelden, het begrip potentiaal, condensatoren en het polarisatieverschijnsel. Het gelijkstroomgedeelte omvat de kennismaking met grootheden, eenheden en basiswetten van de elektrotechniek, het schakelen van weerstanden en verschillende technieken om netwerken op te lossen. In het onderdeel magnetisme bestudeer je het magnetische veld in het algemeen en elektromagnetische inductie in het bijzonder, om de principewerking van motoren en generatoren te begrijpen. In de wisselstroomtheorie gaat de aandacht naar de complexe voorstelling van de grootheden en het oplossen van netwerken.

    Materialen

    De eigenschappen van materialen zijn in grote mate afhankelijk van hun structuur. In het vak Materialen komen zowel de verschillende (vooral mechanische) eigenschappen als de verschillende structuren van materialen aan bod en krijg je ook inzicht in de relatie tussen beide. Je leert de specifieke materiaalklassen (metalen, kunststoffen, keramiek en composieten) kennen en krijgt ook een introductie rond de verwerking van materialen. Ook de beproeving van de mechanische eigenschappen van materialen komt aan bod.

    Ontwerptools

    In het vak Ontwerptools verwerf je inzicht in de constructieve opbouw en uitwerking van een gebouw. Daarnaast leer je ook mechanische stukken en assemblages te modelleren in 3D om daaruit genormeerde technische tekeningen te onttrekken. Je leert werken met de 2D- en 3D-CAD-tekenpakketten AutoCAD en Siemens NX

    Mechanica

    Mechanica is een toegepaste wetenschap die praktische problemen rond statisch en dynamisch evenwicht bestudeert. Het vak bestaat uit twee grote delen.

    In het eerste deel, statica, kom je te weten hoe krachten die op voorwerpen en constructies (bv. windkracht of sneeuwbelasting) uitgeoefend worden, naar hun steunpunten worden overgebracht. Er is ruime aandacht voor het begrip reactiekracht en je leert hoe je moet omgaan met het effect van verdeelde belastingen en van wrijvingskrachten op het evenwicht. Zwaartepunten en traagheidsgrootheden vormen de laatste onderwerpen van dit deel.

    In het tweede deel, dynamica, bestudeer je dynamisch evenwicht van bewegende voorwerpen. We starten met kinematica, waarin wordt uitgelegd hoe je de beweging van een voorwerp kan beschrijven aan de hand van zijn (relatieve) positie, snelheid en versnelling. Nadien bestudeer je in de kinetica de wisselwerking tussen de beweging van en de krachten die inwerken op een voorwerp met de wetten van Newton en Euler. Als laatste komen de wet van behoud van energie en de wet van behoud van impuls aan bod.

    Ingenieursproject

    In het opleidingsonderdeel Ingenieursproject oefen je enkele elementaire vaardigheden die essentieel zijn voor een hedendaagse ingenieur. Je brengt in team een project tot een goed einde binnen een gegeven tijdspanne, je schrijft er een rapport over op een technisch-wetenschappelijk niveau en je geeft een presentatie aan je medestudenten. In een klein team doorloop je – als een echte ingenieur – de volledige ‘ontwerpcyclus’ van een toestel of een product volgens het CDIO-model (Conceive, Design, Implement and Operate): je bedenkt, ontwerpt, maakt en test.

    Fysica

    Het is voor een ingenieur uitermate belangrijk om kennis te hebben van de wetten van de natuurkunde en deze ook goed te begrijpen. In het vak Fysica besteden we aandacht aan de eigenschappen van vloeistoffen en gassen en de basisprincipes uit de warmteleer. Verder komt de studie van trillingen, golven en geluid aan bod. De eigenschappen van golven passen we toe bij de studie van licht zowel in de geometrische als in de fysische optica. Ten slotte is er nog een korte inleiding tot de moderne fysica. In het practicum voer je experimenten rond diverse thema’s uit de fysica uit. Je leert de nauwkeurigheid van metingen en berekende resultaten kritisch beoordelen en resultaten correct te interpreteren. Bovendien leer je degelijk rapporteren binnen een vooropgestelde termijn.

    Informatica

    Het vak informatica gaat over de verwerking van informatie door computersystemen; het bestaat uit vier grote delen. In deel 1 kijk je achter de schermen van een webpagina naar de achterliggende code. In deel 2 bestudeer je hoe een computerprogramma werkt: zowel de syntax als het achterliggende computationele denken komen aan bod tijdens het programmeren in Python. In deel 3 leggen we uit hoe je vlot de gewenste informatie ophaalt uit een databank. In deel 4 tenslotte besteden we aandacht aan zowel de hardware- als softwarebeginselen van de computerwerking. Het vak heeft een algemeen vormende theoretische component én een praktische component. De theoretische component zorgt ervoor dat je inzicht krijgt in abstracte structuren en processen, dat je modulair leert denken en problemen leert analyseren en correct oplossen. De praktische component komt tot uiting in de vele oefensessies waar je simulaties, berekeningen en gegevensverwerking zelf kan automatiseren. Je gebruikt hierbij de mogelijkheden van computers, netwerken en applicaties.

    Duurzame energietechnieken

    Het vak Duurzame energietechnieken geeft je inzicht in ons energieverbruik en de verschillende mogelijkheden om (duurzame) energie te produceren en te besparen. In deel 1 bespreken we de types energie en vermogen en de energieconsumptie, evenals het energieverbruik dat gepaard gaat met ons dagelijks comfort, zoals transport en verwarming. Deel 2 behandelt de klassieke energiebronnen: fossiele brandstof en nucleaire energie. Deel 3 handelt over de productie van duurzame energie, zoals windenergie, thermische en fotovoltaïsche energie, waterkracht, getijden en geothermische energie. Deel 4 tenslotte bespreekt de problematiek en de mogelijke oplossingen aangaande de opslag van energie

    Elektronica

    In het vak Elektronica maak je kennis met de opbouw en werking van elektronische componenten en systemen, zoals diodeschakelingen, leds, transistoren,… Je raakt ook vertrouwd met de technieken om de werking van elektronische systemen en hun onderdelen in het domein van de dagdagelijkse elektronica te simuleren en analyseren. Je leert werkende en niet-werkende schakelingen aan de hand van databladen te analyseren om zo eventuele fouten te zoeken en/of te vermijden.

    3. Is er veel wiskunde in het eerste jaar / in de opleiding?

    12 STP in 1ste bachelor – gemiddeld 20 STP in volledige bachelor (kleine verschillen naargelang de afstudeerrichting in 2de en 3de bachelor)

    Je krijgt in eerste en tweede bachelor een degelijke basis in wiskunde (12 studiepunten in 1ste bachelor en 6 studiepunten in 2de bachelor). Wiskunde en wetenschappen vormen immers de basis waarop de verdere opleiding is opgebouwd. Het doel is je vertrouwd te maken met een aantal fundamentele wiskundige begrippen, technieken en redeneringen. Probleemoplossend denken staat daarbij centraal. Je bestudeert verschillende basis- en gevorderde onderwerpen, uit onder meer analyse, meetkunde en lineaire algebra, die je in verschillende vakken van je verdere ingenieursopleiding zal toepassen.

    In vergelijking met de opleiding ingenieurswetenschappen (burgerlijk ingenieur), waar de klemtoon ligt op theoretische en abstracte kennis, is de wiskunde in de opleiding industriële wetenschappen dus vooral gericht op toepassingen.

    Zie ook vraag 1 (Hoe is de opleiding opgebouwd?

    Aantal studiepunten wiskunde in bachelor

    4. Ik volg 4u of 6u wiskunde, is dat voldoende om te starten?

    Om met succes de opleiding industrieel ingenieur te doorlopen is het sterk aangeraden om een opleiding industriële wetenschappen (TSO) of een studierichting ASO met pool wiskunde of wetenschappen gevolgd te hebben in de derde graad van het secundair onderwijs.

    Je kan je voorkennis wiskunde meten met de zelftest.

     

    Aantal uren wiskunde in SO

     

    Onderwijsvorm SO

     

    5 uur en meer

     

    ASO

    TSO

    KSO

    BSO

    Burgerlijk ingenieur

    99,28 %

     

    96,90 %

    2,96 %

    0,10 %

    0,04 %

    Burgerlijk ingenieur-architect

    95,52 %

     

    93,40 %

    3,54 %

    2,74 %

    0,30 %

    Industrieel ingenieur

    89,04 %

     

    79,20 %

    20,40 %

    0,20 %

    0,20 %

     Cijfers uit UGI, AJ 2017-2018 tem AJ 2021-2022, alle studenten bacheloropleidingen

    Noot: Dit zijn cijfers van de instroom van studenten, geen slaagkansen!

    Het merendeel van de instromende studenten komt uit studierichtingen uit secundair onderwijs met 5u wiskunde of meer (89,04 %). Studenten met een vooropleiding met minder uren wiskunde maken ook kans op slagen, indien ze hard werken en gemotiveerd zijn. Het zijn dan wel best de betere studenten voor het vak wiskunde.  --> studierichtingen ASO met pool wiskunde of wetenschappen + TSO: industriële wetenschappen.

    Naast voorkennis en intelligentie is inzet en motivatie ook heel belangrijk om te slagen.

    Zeker ook verwijzen naar:

    • de starttoets (verplichte ijkingstoets) (vraag 5)
    • de zelftest en zomercursussen (vraag 6)
    • slaagcijfers/studierendement (vraag 21)

    5. Hoe zit dat met de starttoets (verplichte ijkingstoets)?

    Noot: Voor sommige opleidingen is deelname aan een ijkingstoets verplicht om te kunnen inschrijven. Dat zijn de zogenaamde starttoetsen.

    Alle info is terug te vinden op: https://www.ugent.be/ea/nl/voor-toekomstige-studenten/voorbereiden/ijkingstoets

    Algemeen

    • Samen met de andere Vlaamse universiteiten organiseert UGent starttoetsen (verplichte ijkingstoetsen) die verschillende aspecten van je wiskundeniveau testen.
    • Deelname aan de toets is verplicht:  studenten die niet hebben deelgenomen kunnen niet inschrijven voor de opleiding.
    • Het resultaat dat je behaalt is echter niet bindend; m.a.w. het resultaat heeft geen gevolgen voor jouw toelating tot de opleiding. Maar, als een student niet slaagt voor de starttoets (verplichte ijkingstoets) van de opleiding waarvoor hij/zij wenst in te schrijven, dan is hij/zij verplicht een remediëringstraject te volgen om zijn/haar voorkennis bij te spijkeren.

    Er zijn enkele uitzonderingen: zie https://www.ugent.be/nl/opleidingen/bacheloropleidingen/toelating/uitzonderingen-ijkingstoets-starttoets.htm

    Compatibiliteit ijkingstoets

    • Het remediëringstraject bestaat uit ofwel een online zelfstudiepakket wiskunde, ofwel een fysieke deelname aan (een deel van) de zomercursus wiskunde. In beide gevallen wordt het traject afgerond met een verplichte online test.  Dit remediëringstraject wordt bij voorkeur gevolgd voor de start van het academiejaar.
    • De starttoets (verplichte ijkingstoets) helpt je om in te schatten of je beschikt over voldoende wiskundige en wetenschappelijke kennis en vaardigheden in relatie tot het verwachte instapniveau voor de opleiding. Achteraf krijg je genuanceerde feedback op je resultaten. Zijn die resultaten niet voldoende, dan volg je het remediëringstraject.

    Wat wordt er getest?

    De starttoets (verplichte ijkingstoets) test via meerkeuzevragen enkele vaardigheden die belangrijk zijn voor vakken die je krijgt aan het begin van de opleiding. De inhoud van de vragen bouwt verder op de leerstof van richtingen uit het secundair onderwijs met 4 uur wiskunde per week in de laatste twee jaar van het secundair onderwijs. De leerinhouden wiskunde van zowel eerste, tweede als derde graad komen aan bod.

    Toch kunnen ook leerlingen die minder wiskunde volgden in hun vooropleiding eraan deelnemen. Het is immers belangrijk dat elke geïnteresseerde student zich kan "ijken": je niveau kan immers van nature hoger zijn dan je vooropleiding laat vermoeden.

    Het is van belang dat je de aangeleerde wiskundige technieken vlot kan hanteren en kan toepassen op concrete problemen.

    Hoe kan ik me voorbereiden op de starttoets (verplichte ijkingstoets)

    We raden je aan om de leerstof uit 3de - 4de - 5de - 6de jaar secundair onderwijs wat op te frissen. Je kan ook oefenen om vertrouwd te geraken met het soort vragen. Voorbeeldvragen: https://www.ijkingstoets.be/opleidingen/industriele-wetenschappen/voorbereiding.

    De faculteit organiseert in het voorjaar enkele oefennamiddagen om studiekiezers te helpen de leerstof en aanpak van deze toets onder de knie te krijgen. Datums worden later meegedeeld (via de website).

    Praktische info:              
    De toetsen worden schriftelijk afgenomen, on campus

    Data:    

    • Ma 3/07/23 in de voormiddag (9u-13u)
    • Za 26/08/23 in de voormiddag (9u-13u)

    Waar: UGent, Campus Boekentoren Gent (exacte locatie wordt later meegedeeld).

    Inschrijven: via website https://www.ijkingstoets.be/, voor sessie 1: van 15 januari tot en met 15 juni, voor sessie 2: van 15 januari tot en met 15 augustus.

    6. Hoe kan ik me voorbereiden op de studies van industrieel ingenieur?

    Zelftest wiskunde

    Je kan je kennis wiskunde thuis testen via de zelftest wiskunde. Op deze manier kom je te weten of je goed of zwak scoort op de topics die belangrijk zijn voor de opleiding: analyse, complexe getallen, algebra, goniometrie en vlakke meetkunde. Je vindt er ook een uitgebreid formularium met 'vergeten' definities, eigenschappen en rekenregels. We raden je sterk aan om deze tool te gebruiken als toets- en oefeninstrument. Indien blijkt dat je op sommige onderdelen zwak scoort, heb je nog tijd om je voorkennis bij te werken, bv. via de zomercursus.

    Zomercursussen

    De faculteit organiseert voor haar nieuwe studenten zomercursussen wiskunde, chemie, mechanica, elektriciteit en efficiënter studeren in het hoger onderwijs. Data: in de loop van de maand september 2023. Exacte data worden later vastgelegd en gecommuniceerd op de facultaire website.

    Introductiedag

    De faculteit organiseert op woensdag 20/09/2023 een introductiedag voor haar nieuwe studenten 1ste bachelor en schakelprogramma om hen zo voor te bereiden om de week erna vlot van start te gaan.

    Op het programma van de onthaaldag staat o.a.

    • IT ondersteuning en configuratie van je laptop
    • Kennismaking met UGent platformen zoals Ufora en Oasis
    • Kennismaking met trajectbegeleiding, monitoraat en studentensecretariaat
    • Opbouw van het eerste jaar: lessenrooster, tussentijdse testen
    • Groepsindeling
    • Aankoop cursussen
    • Kennismaking met je medestudenten en de studentenverenigingen
    • Meer info en inschrijven voor de introductiedag

    Laptop

    Een laptop is verplicht en noodzakelijk vanaf het eerste bachelor jaar.

    7. Ik heb zeer weinig fysica en scheikunde/chemie gekregen in het middelbaar. Is dat een probleem?

    Voorkennis van fysica en scheikunde is mooi meegenomen, maar niet noodzakelijk. De lessen fysica en chemie starten met een herhaling van al de nodige leerstof (“start vanaf nul”), zodat iedereen na 2-3 weken op hetzelfde niveau zit. Voor diegenen die weinig scheikunde gekregen hebben in de laatste jaren van het secundair onderwijs, is de zomercursus chemie aan te raden. 

    8. Ik heb geen mechanica of elektriciteit gekregen in het middelbaar. Is dat een probleem?

    Voorkennis van mechanica en/of elektriciteit is niet nodig. Deze vakken starten van “nul”. Voor degenen die weinig fysica en/of geen mechanica/elektriciteit gekregen hebben in de laatste jaren van het secundair onderwijs, zijn de zomercursussen mechanica en elektriciteit aan te raden.

    9. Wat is de verhouding theorie/oefeningen? Hoeveel praktijk zit er in de opleiding?

    Zie voorbeeld van lesrooster/weekschema eerste bachelorjaar in de bachelorbrochure (p. 28-29).

    Lichtblauw: oefeningen en practica – donderblauw: theorie.

    Overzicht weekschema sem 1 industrieel ingenieur

    Overzicht weekschema sem 2 industrieel ingenieur

    Dit schema geldt als model, wijzigingen kunnen ieder jaar voorkomen. Het lesrooster telt ongeveer 25 contacturen per week. De meeste vakken in de opleiding bestaan zowel uit een theoretisch gedeelte als uit oefeningen en practica. Per week wordt er ongeveer 15 uur besteed aan theorie en ongeveer 10 uur aan toepassingen. De oefeningen en practica vinden plaats in kleinere groepen: uren en dagen kunnen variëren naargelang van de groepsindeling.

    Het opleidingsonderdeel ‘Ingenieursproject’ is een typisch projectvak waarbij studenten in kleine groepjes zelfstandig een praktisch ingenieursprobleem oplossen en in de praktijk brengen (bouwen en ontwerpen van een brug, bouwen van een eigen IoT, ontwerpen van een elektronische sturing voor een hoogrendement-elektromotor, ontwerpen en bouwen van een windturbine, ontwerpen en bouwen van een magnetisch kanon, ontwikkelen van een game, plantaardige oliën omzetten tot biobrandstof, …). Ingenieursproject is een jaarvak en dus voeren de studenten twee projecten uit (één in elk semester).

    Ook in de daaropvolgende jaren zal je nog projecten uitvoeren.

    10. Hoe kan ik mezelf tijdens het jaar testen?

    Belangrijk is om van in het begin van het academiejaar goed te starten: deelnemen aan alle lessen en thuis de opdrachten/oefeningen verder afwerken.

    Er zijn voor een aantal vakken testen in de loop van het semester; deze tellen mee voor een aanzienlijk deel van het eindresultaat van de punten van dat vak. Sommige vakken hebben ook permanente evaluaties.

    In onderstaande tabel zie je de verdeling van de punten: niet-periodegebonden (= punten die je verwerft tijdens het semester) en periodegebonden punten (= punten die je verwerft op je examen).

    OPLEIDINGSONDERDEEL

    SEM

    STP

    EVALUATIE

    Niet-periodegebonden (tijdens semester)

    Periodegebonden
    (tijdens examenperiode)

    Wiskunde I

    1

    6

    25%

    75%

    Algemene chemie

    1

    6

    20%

    80%

    Elektriciteit

    1

    6

    1/3

    2/3

    Materialen

    1

    3

    -

    100%

    Ontwerptools

    1

    4

    100%

    -

     

     

     

     

     

    Mechanica

    J

    6

    -

    100%                                  twee (periodegebonden) deelexamens

     

    Ingenieursproject

    J

    5

    100%

    -

     

     

     

     

     

    Wiskunde II

    2

    6

    25%

    75%

    Fysica

    2

    6

    40%

    60%

    Informatica

    2

    6

    10%

    90%

    Elektronica

    2

    3

    -

    100%

    Duurzame energietechnieken

    2

    3

    -

    100%

    11. Wat is het verschil tussen de opleiding industriële wetenschappen in Gent en in Kortrijk?

    Naast de zeven masteropleidingen in Gent, biedt UGent ook nog enkele unieke opleidingen in de industriële wetenschappen aan in Kortrijk: industrieel ontwerpen, machine- en productieautomatisering en bioprocestechnologie.

    De drie opleidingen hebben elk een apart opleidingstraject, vanaf eerste bachelor.

    Enkel de eerste bachelor van de opleiding machine- en productieautomatisering is gemeenschappelijk met de eerste bachelor industriële wetenschappen in Gent.

    Wat is het verschil tussen de opleidingen elektromechanica, elektrotechniek (met afstudeerrichtingen automatisering en elektrotechniek) van Gent en de opleiding machine- en productieautomatisering in Kortrijk?

    Gent

    • De opleiding elektromechanica focust op materiaalkunde, machinebouw, productieprocessen, installatiebouw evenals de besturing ervan. Ze leidt ingenieurs op die componenten zoals machines, aandrijvingen, transmissies, sensoren, PLC’s, … op een duurzame wijze ontwerpen en optimaliseren.
    • In de opleiding elektrotechniek, afstudeerrichting elektrotechniek ligt de focus op elektrische energie: ontwerp van industriële elektrische installaties, elektrische netten en de impact van hernieuwbare energie op deze netten, en elektrische aandrijvingen voor industriële toepassingen, elektrische voertuigen, elektrische fietsen, windturbines, ...
    • In de opleiding elektrotechniek, afstudeerrichting automatisering ligt de focus van automatisering eerder op de procescontrole zoals deze in de voeding, chemie, cosmetische producten, … Dit zijn meestal grote, complexe, continue processen waarbij zaken zoals regeltechniek voor het correct afregelen van deze processen van cruciaal belang zijn.

    Kortrijk

    • De opleiding machine- en productieautomatisering leidt ingenieurs op die integratoren zijn van mechanische en elektronische componenten, software, data-analyse, intelligentie, machine-learning, etc. De Kortrijkse ingenieur wordt een ontwerper van volledige industriële productiesystemen en bijhorende machines.

     

    Een concreet voorbeeld:

    Beschouw een productielijn voor auto-assemblage, bv. bij Volvo. Deze lijn bevat allerlei stations waar b.v. de motor wordt gemonteerd, de deuren worden bevestigd, de ruiten ingeplakt, … tot wanneer een afgewerkte auto van de band rolt. In elk station lopen er afzonderlijke processen: een robot die een ruit neemt en op de juiste plaats in het koetswerk plakt, een mengmachine die de juiste kleur van de lakverf maakt, een machine die onderdelen aaneen last … Elk proces moet correct geregeld worden, zodat b.v. het plaatsen van de ruit voldoende snel gebeurt en ook nauwkeurig. De volledige productielijn bevat dus heel veel afzonderlijke processen met elk hun “lokale” controle. En dus heb je voor de gehele lijn nog een “globale” of “master”controle nodig die alle lokale processen coördineert en synchroniseert. Er mag immers geen ruit geplaatst worden als de auto nog bij het vorige station staat, als een verkeerd type van ruit wordt aangeleverd, als de rubbers om de ruit te ondersteunen in het vorige station verkeerd geplaatst zijn…

    De opleiding in Kortrijk focust zich meer op de volledige industriële productielijn van een productieproces, terwijl de opleiding automatisering in Gent zich meer richt op het regelen van één afzonderlijk proces, bv. één robot uit de productielijn die een ruit moet inplakken. De aanpak van de opleiding in Gent ontrafelt de regeltechnische details van de robot, en de aanpak van de opleiding in Kortrijk is meer een “helikoperaanpak” van het gehele productieproces.

    12. Wat is het verschil tussen industrieel ingenieur studeren aan de KU Leuven in Gent en de UGent in Gent?

    Er is geen verschil in niveau tussen de opleidingen aangeboden aan UGent en KU Leuven.

    • UGent en KU Leuven zijn 2 verschillende instellingen met elk een eigen visie en beleid.
    • KU Leuven heeft een afzonderlijke faculteit industriële wetenschappen (dus gescheiden van de burgerlijk ingenieurs), verspreid over 6 campussen in Vlaanderen.
      • Noot: In Aalst kan je enkel nog eerste bachelor volgen.

        Aan de UGent behoren de opleidingen burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect en industrieel ingenieur samen tot één faculteit. Dit biedt heel wat voordelen: nauwe samenwerking tussen de drie opleidingen, vlotte en onderlinge uitwisseling van kennis en een uitgebreide infrastructuur die door de drie opleidingen kan gebruikt worden voor zowel onderzoek als onderwijs.

      • Het aanbod van de masteropleidingen verschilt:

      UGent, industrieel ingenieur in Gent

      KU Leuven industrieel ingenieur in Gent

      Bouwkunde

      Bouwkunde met 2 afstudeerrichtingen: bouwkunde en landmeten

      Landmeten

       

      Chemie

      Chemie

      Elektromechanica

      Elektromechanica

      Elektronica-ICT met 3 afstudeerrichtingen: elektronica, ingebedde systemen en ICT

      Elektronica-ICT

      Elektrotechniek met 2 afstudeerrichtingen: automatisering en elektrotechniek

      Energie met 2 afstudeerrichtingen: automatisering en elektrotechniek

      Informatica

       

      • De opbouw van de opleidingen verschilt lichtjes van elkaar. Zo is er bij de KU Leuven in Gent een verplicht vak biotechnologie in 1ste bachelor en het vak Religie, zingeving en levensbeschouwing in 2de of 3de Deze vakken zitten niet in het programma van de UGent opleiding.
      • De studenten industriële wetenschappen van de UGent behoren tot de grote UGent community en dat biedt heel wat voordelen. Ze hebben toegang tot alle faciliteiten van de UGent (restaurants, homes, sportaccommodatie, studentenartsen en –psychologen, jobdienst, …).
      • Mobiliteit: alle lessen gaan door in Gent. De leslokalen en laboratoria bevinden zich allemaal op de verschillende UGent campussen in Gent en zijn gemakkelijk bereikbaar met de fiets of het openbaar vervoer. Ook de lesgevers/proffen hebben hun bureau in Gent en zijn dus gemakkelijk bereikbaar voor onze studenten. Bij de KU Leuven in Gent kan het zijn dat je voor bepaalde vakken naar een andere KU Leuven campus buiten Gent moet gaan of dat een lesgever zijn kantoor heeft op een andere campus.

      13. Welke opleiding kies ik als ik geïnteresseerd ben in wetenschappen (en technologie)?

      Als je interesse hebt in wiskunde, wetenschappen en technologie dan heb je verschillende mogelijkheden.

      Je kan kiezen voor een professionele bacheloropleiding aan een hogeschool, of een masteropleiding aan een universiteit. Een professionele bacheloropleiding is sterk praktijkgericht; de theorie komt daar in mindere mate aan bod. De focus ligt op het verwerven van een degelijke praktische kennis in het gekozen domein en minder op het zelf creëren van nieuwe concepten of toepassingen. Universitair onderwijs daarentegen is gebaseerd op vernieuwend wetenschappelijk onderzoek, als basis voor innovatieve concepten en toepassingen.

      Wil je vooral de wetenschap zelf bestuderen, dan is een master in de wetenschappen de aangewezen keuze. Een wetenschapper concentreert zich vooral op de fundamentele principes van één specifieke wetenschappelijke discipline, bv. wiskunde, fysica of informatica. Hij of zij kijkt minder naar hoe deze wetenschap kan vertaald worden naar producten en diensten voor mens en maatschappij. M.a.w. de focus ligt er minder op de toepassingen.

      Een ingenieur bestudeert deze principes ook, maar dit binnen een ruimer kader. De focus ligt er op het omzetten van deze principes in innovatieve producten en diensten. M.a.w., heb je een uitgesproken interesse voor wiskunde, wetenschappen én technologie, kies dan voor een ingenieursopleiding.

      Wat is het verschil tussen industrieel ingenieur en burgerlijk ingenieur. En tussen een ingenieur en een master wetenschappen?

      14. Welke ingenieursopleiding past het best bij mij?

      Binnen de ingenieursstudies heb je heel wat keuzemogelijkheden. Wil je de focus leggen op technologie voor mens en maatschappij, dan kies je een opleiding burgerlijk ingenieur of industrieel ingenieur. Wil je de focus leggen op technologie voor de levende materie (denk aan planten en dieren) en haar omgeving? Kies dan voor een opleiding bio-ingenieur of industrieel ingenieur biowetenschappen of bio-industriële wetenschappen.

      Wil je eerder een conceptuele aanpak waarbij je getraind wordt om op een meer generiek en abstract niveau te redeneren? Dan kan een opleiding in de ingenieurswetenschappen of bio-ingenieurswetenschappen de beste optie zijn. Burgerlijk ingenieurs en bio-ingenieurs creëren in hun masterproef en latere job nieuwe kennis, bedenken nieuwe concepten of ontwikkelen nieuwe toepassingen.

      Verkies je een meer toepassingsgerichte aanpak? Kies dan voor een opleiding industrieel ingenieur (industriële wetenschappen, biowetenschappen of bio-industriële wetenschappen). De masterproef en latere job van industrieel ingenieurs zijn meestal gericht op het optimaliseren van bestaande systemen of het toepassen van nieuwe concepten.

      Opleiding

      15. Wat is het verschil tussen burgerlijk ingenieur en industrieel ingenieur?

      De opleiding burgerlijk ingenieur legt de klemtoon op theoretische kennis en het wetenschappelijk aspect van de dingen. Een burgerlijk ingenieur vraag zich af waarom iets werkt, en hoe systemen kunnen worden ontworpen die problemen oplossen.

      Profiel van een student burgerlijk ingenieur:

      • Interesse in wiskunde en wetenschappen
      • Geboeid door technologie en innovatie
      • Op basis van wiskundige modellen nieuwe processen, producten en systemen ontwikkelen om een antwoord te bieden aan maatschappelijke behoeften
      • Graag op een abstract niveau redeneren
      • Bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid
      • Goede wiskundige basis, 6u of meer wiskunde in het secundair onderwijs (ASO)

      De opleiding industrieel ingenieur legt de klemtoon op toepassingen. Een industrieel ingenieur vraagt zich af hoe iets werkt en kijkt naar de praktische uitvoering van de ideeën.

      Profiel van een student industrieel ingenieur:

      • Interesse voor wiskunde, wetenschappen, techniek en technologie
      • Vooral geïnteresseerd in toepassingsgerichte kennis
      • Graag op een creatieve manier, gebaseerd op wetenschappelijke kennis, praktische problemen oplossen
      • Graag probleemoplossend en toepassingsgericht werken
      • Bereidheid tot diepgang, nauwkeurigheid en volledigheid
      • Je hebt in het secundair onderwijs een sterke wiskundige en/of wetenschappelijke richting gevolgd

      16. Wat is het verschil tussen een professionele bachelor en een industrieel ingenieur? En hoe zit dat met de doorstroom?

      "Is het niet beter om eerst te beginnen met een professionele bachelor om daarna via het schakelprogramma het diploma van industrieel ingenieur te behalen?"

      Je kan kiezen voor een professionele bacheloropleiding aan een hogeschool, of een masteropleiding aan een universiteit. Een professionele bacheloropleiding is sterk praktijkgericht; de theorie komt daar in mindere mate aan bod. De focus ligt op het verwerven van een degelijke praktische kennis in het gekozen domein en minder op het zelf creëren van nieuwe concepten of toepassingen. Universitair onderwijs daarentegen, waaronder de opleiding industriële wetenschappen, is gebaseerd op vernieuwend wetenschappelijk onderzoek, als basis voor innovatieve concepten en toepassingen.

      Als je van een professionele bachelor wilt doorstromen naar een master industriële wetenschappen, dan moet je eerst een schakelprogramma volgen. Een schakelprogramma omvat ten hoogste 90 studiepunten. Na het afwerken van het schakelprogramma heb je toegang tot de aansluitende masteropleiding (1 jaar of 60 studiepunten).

      In de schakelprogramma’s naar de masteropleidingen industrieel ingenieur zijn er twee trajecten mogelijk: een regulier traject en een verkort traject. Je komt in aanmerking voor het verkort traject, en krijgt dus studieduurvermindering in het schakelprogramma, als je voldoet aan twee voorwaarden:

      1. In je voorafgaande professionele bacheloropleiding heb je een gemiddeld percentage behaald van minstens 70% voor het volledige traject; er wordt niet afgerond (dus 69.9% is géén 70%), en gedelibereerde cijfers worden opgevraagd om zo de originele cijfers in de berekening mee te nemen. Vrijstellingen worden niet meegenomen in de berekening.
      2. Je slaagt voor de bekwaamheidsproef.

      In de bekwaamheidsproef worden een aantal basisvakken van de domeinspecifieke ingenieursvorming bevraagd. Je kan enkel deelnemen aan de bekwaamheidsproef als je voldoet aan de eerste voorwaarde.

      Opgelet: voor sommige opleidingen komen enkel studenten met een bepaalde vooropleiding in aanmerking voor het verkort traject.

      De bekwaamheidsproef worden éénmalig georganiseerd (begin september 2023, data worden zo vlug als mogelijk op de FEA website gecommuniceerd) en je bent verplicht om op beide data aan alle testen deel te nemen! Deadline om in te schrijven is begin juli 2023 (datum wordt zo vlug als mogelijk op de FEA website gecommuniceerd)!

      Meer info: https://www.ugent.be/ea/nl/opleidingen/zij-instroom/schakelprogrammas.

        Als je een goede vooropleiding hebt – een opleiding met voldoende uren wiskunde en wetenschappen – , als je gemotiveerd bent en bereid bent om je in te zetten voor je studies en je einddoel is om industrieel ingenieur te worden, dan is het aan te raden om onmiddellijk te starten in de opleiding industriële wetenschappen. De opleiding industriële wetenschappen bouwt immers verder op je voorkennis wiskunde uit het secundair onderwijs. Als je start in een professionele bachelor dan zal jouw voorkennis wiskunde erop achteruitgaan, aangezien dit een minder theoretische opleiding is. In het schakeljaar krijg je dan een stevig pakket wiskunde dat teruggrijpt naar jouw kennis van het secundair.

        Met de vernieuwde schakelprogramma’s (sinds AJ 2022-2023) is het bijna onmogelijk om op 1 jaar het schakelprogramma af te werken. Slechts 12  studenten waren in september 2022 (eerste jaar van de nieuwe schakelprogramma’s) geslaagd voor de bekwaamheidsproeven. M.a.w. heel weinig studenten mochten in het academiejaar 2022-2023 starten in het verkorte programma. Bovendien heeft een deel hiervan al hun verkorte programma opgesplitst door één of twee vakken door te schuiven naar volgend jaar – dus zelfs binnen die groep weten we nu al dat afstuderen op 1 jaar lang niet voor iedereen zal gebeuren. M.a.w. het merendeel van de schakelstudenten kan het schakelprogramma ten vroegste op 2 academiejaren afwerken. Eventueel kunnen deze studenten in het tweede jaar van het schakelprogramma al wat mastervakken opnemen. Maar concreet betekent dit dat studenten die via een schakelprogramma een master in de industriële wetenschappen willen behalen er minimaal 2,5 jaar over doen, maar 3 jaar zal realistischer zijn. 

        17. Kan ik Industrieel Ingenieur studeren en nadien Burgerlijk ingenieur: hoeveel jaar in totaal is dit dan?

        Als je het diploma van industrieel ingenieur behaald hebt, kan je nog verder studeren voor burgerlijk ingenieur. Er zijn twee mogelijkheden, afhankelijk van je behaalde diploma:

          • Via een aangepast brugprogramma kan je rechtstreeks starten in 1ste master van de opleiding ingenieurswetenschappen op basis van je masterdiploma industriële wetenschappen. Deze rechtstreekse doorstroom is meestal enkel mogelijk binnen hetzelfde kennisdomein. Dit betekent concreet dat je dan eerst vier jaar industrieel ingenieur studeert en je masterdiploma industriële wetenschappen behaalt*, en dan aansluitend 2 jaar master burgerlijk ingenieur. De studenten die dit programma volgen, zullen minder keuzevakken hebben in de masteropleiding burgerlijk ingenieur en in de plaats daarvan krijgen ze nog enkele vakken uit de bachelor van de opleiding burgerlijk ingenieur en een speciaal ingericht brugvak (wiskundige modellering in de ingenieurswetenschappen).

          *De faculteit staat toe dat je start met het brugprogramma wanneer je reeds je bachelordiploma verworven hebt, en de laatste vakken opneemt van je masteropleiding industriële wetenschappen. Je kan dus in een GIT zitten tussen MSc industriële wetenschappen en brugprogramma.

        • Via een voorbereidingsprogramma kan je op basis van je bachelordiploma instromen in een aantal inhoudelijk verwante masteropleidingen burgerlijk ingenieur. Je moet dan wel eerst het voorbereidingsprogramma afwerken (min. 30 SP en max. 90 SP) alvorens te starten met de masteropleiding zelf.  Dit betekent concreet meer dan 2 jaar studeren extra. Qua studieduur is deze optie meestal niet korter dan de bovenstaande optie, maar je behaalt wel maar één masterdiploma in tegenstelling tot twee masterdiploma’s als je het brugprogramma volgt. Het voorbereidingsprogramma wordt daarom niet vaak gevolgd.  

        18. Wat is het verschil tussen master informatica, industrieel ingenieur informatica en burgerlijk ingenieur computerwetenschappen?

        Een masteropleiding informatica in de faculteit wetenschappen leert jou de basisprincipes aan, met veel aandacht voor datastructuren, algoritmen en formele talen.

        De masteropleiding industriële wetenschappen: informatica concentreert zich op het aanleren van praktische ervaring met programmeertalen en software technologieën; algoritmen en datastructuren komen ook aan bod in de opleiding. De academische bachelor van drie jaar wordt gevolgd door één masterjaar. Er wordt aandacht besteed aan hoe in de industrie informatica aangewend wordt om nieuwe producten en innovaties te brengen. Er zijn veel praktische labosessies met begeleiding gedurende de ganse opleiding. De opleiding start ook met algemene ingenieursvakken (1ste en deel van 2de bachelor) om daarna te gaan specialiseren.

        Als student burgerlijk ingenieur computerwetenschappen krijg je eerst algemene ingenieursvakken met een ruim aandeel wiskunde in de eerste twee jaar, om een grondige basis te vormen. Vanaf het tweede jaar komen meer vakken computerwetenschappen aan bod, waarin eerst de basis gelegd wordt en vervolgens ook praktische oefeningen gemaakt worden onder begeleiding. De bacheloropleiding duurt 3 jaar en de masteropleiding 2 jaar. Nadruk in de master ligt op het aanleren van principes, die jou in staat stellen op een innovatieve manier oplossingen aan te reiken voor problemen die zich kunnen stellen.

        19. Wat is het verschil tussen een burgerlijk ingenieur civil engineering, een industrieel ingenieur bouwkunde en een (burgerlijk ingenieur-)architect?

        Burgerlijk ingenieur Civil Engineering

        Als burgerlijk ingenieur ben je dikwijls meer betrokken bij de studie van de stabiliteit, funderingen en technieken, en onderzoek naar nieuwe technieken voor bruggenbouw, glasconstructies, wegenbouw, etc.

        Industrieel ingenieur bouwkunde

        Eens afgestudeerd kom je vooral terecht in de uitvoering van bouwwerken, bij de realisatie van diverse bouwconstructies en stabiliteitsberekeningen. Je bent vaak verantwoordelijk voor de project- en werfleiding.

        (Burgerlijk ingenieur-)architect

        Als (burgerlijk ingenieur-)architect heb je meer te maken met de opmaak van het ontwerp en het concept van de constructie. Constructie is onderdeel van een globale aanpak van alle aspecten van het ontwerpprobleem.

        20. Wat kan ik later doen met een diploma van industrieel ingenieur? Vind ik gemakkelijk werk?

        Filmpje 'De industrieel ingenieur aan het werk'

        Bachelorbrochure: rubriek “Aan het werk”, p. 43-45. Hier vind je per afstudeerrichting een overzichtje van de beroepsmogelijkheden.  

        Ingenieurs aan het werk: Reeks filmpjes waarin jonge ingenieurs vertellen over hun job, met beelden van de werkvloer.

        Ik ben industrieel ingenieur: website met getuigenissen van ingenieurs over hun studiekeuze en loopbaan.

        Er is een permanent tekort aan ingenieurs. De vraag naar afgestudeerde ingenieurs is dan ook groot. De industrie apprecieert vooral het analytisch en kritisch denkvermogen van de ingenieur. Hierdoor ben je in veel sectoren en functies inzetbaar.

        Tijdens je opleiding kom je al in contact met bedrijven via bedrijfsbezoeken, al dan niet verplichte stages en via masterproeven in samenwerking met bedrijven. Daarnaast organiseert onze studentenvereniging Hermes jaarlijks een job- en stagebeurs.

        Waar kom ik terecht?

        • Bedrijfswereld
        • Publieke sector
        • Onderwijs (zowel secundair onderwijs als hoger onderwijs)
        • Studiebureaus
        • Dienstensector (banken, verzekeringen, …)

        Functies

        • Management
        • Productie en technische functies
        • Commerciële functies
        • Onderzoek
        • Ontwerp en ontwikkeling
        • Advies en controle
        • Opleiding

        Vind ik gemakkelijk werk?

        Aantal schoolverlaters

        % werkzoekenden na 1 jaar

        Burgerlijk ingenieur

        633

        0,5 %

        Burgerlijk ingenieur-architect

        124

        1,6 %

        Industrieel ingenieur

        1.479

        1,3 %

        Bio-ingenieur

        386

        2,1 %

        Alle masteropleidingen

        15275

        2,3 %

        Alle opleidingen hoger onderwijs (HBO5, PBA, ABA en MA)

        35650

        2,4 %

        VDAB schoolverlatersrapport editie 2022 – opvolgingsjaar 2021

        21. Wat zijn de slaagcijfers in het eerste jaar?

        Concrete cijfers geven is moeilijk. Sinds de invoering van de Ba-Ma structuur en de flexibilisering ervan werkt men in het hoger onderwijs met studiepunten. Er kan niet langer gesproken worden van ‘geslaagd’ of ‘niet geslaagd’ in (het eerste jaar van) het hoger onderwijs.

        We kunnen je wel verwijzen naar de Onderwijskiezer van Vlaamse Gemeenschap (gebaseerd op het aantal generatiestudenten in de periode 2015-2015 t.e.m. 2020-2021).

        Daar vind je het studierendement terug van de verschillende opleidingen in het hoger onderwijs → is de verhouding van het aantal verworven studiepunten (waarvoor geslaagd) t.o.v. het aantal opgenomen studiepunten (waarvoor ingeschreven). Dit percentage wordt weergegeven in 5 categorieën: 0%, 1-24%, 25-49%, 50-84% en 85-100%.

        De participatiegraad geeft weer hoeveel % van de leerlingen t.o.v. van alle afgestudeerden uit een bepaalde studierichting in het SO zich ingeschreven heeft in deze opleiding van het hoger onderwijs. Enkel wanneer een voldoende aantal leerlingen (=30) uit deze secundaire studierichting voor een bepaalde bachelor kiest, worden de cijfers weergegeven.

        Er wordt hier alleen rekening gehouden met jongeren die zich

        • ONMIDDELLIJK (= zonder onderbreking) na het secundair onderwijs inschrijven
        • VOOR HET EERST inschrijven in een academische of professionele bachelor,
        • met een DIPLOMACONTRACT,
        • aan een Vlaamse universiteit of hogeschool.

        Studierendement 1ste bachelor in de industriële wetenschappen

        Studierendement 1ste bachelor industriële wetenschappen

        22. Wat als blijkt na enkele weken dat het me toch niet ligt, kan ik dan veranderen zonder een volledig jaar te moeten overdoen?

        Als je van opleiding verandert vóór 1 december, dan krijg je zowel je leerkrediet als je flexibel inschrijvingsgeld terug (enkel voor niet- of bijna-beursstudenten). Vanuit UGent adviseren we om te heroriënteren vóór 15 november. Je nieuwe faculteit zal beslissen of je al dan niet nog eerstesemestervakken van je nieuwe opleiding zult kunnen opnemen. (Meer info)

        Bij de start van het tweede semester is het ook mogelijk om te heroriënteren vóór 1 maart. Hiervoor moet je contact opnemen met de trajectbegeleider van de nieuwe opleiding om na te gaan voor welke vakken kan worden ingeschreven. Het flexibel inschrijvingsgeld van het tweede semester krijg je terug (enkel voor niet- of bijna-beursstudenten) alsook het leerkrediet voor vakken van het tweede semester en voor jaarvakken.

        Studenten die vroeg heroriënteren (bijvoorbeeld na de drie weken) kunnen in de nieuwe opleiding vaak nog alle vakken opnemen, en zijn dus niets ‘verloren’. Studenten die pas later (bijvoorbeeld rond 15 november of bij de start van het tweede semester) heroriënteren, kunnen in de nieuwe opleiding meestal niet meer alle vakken van het eerste jaar opnemen en starten in de nieuwe opleiding dus reeds met een geïndividualiseerd traject (GIT).

        23. Welke begeleiding is er voorzien voor studenten?

        Vakinhoudelijke ondersteuning voor wiskunde I en II, algemene chemie en fysica. Je krijgt extra uitleg bij de leerstof (zowel theorie als oefeningen), richtlijnen over de examens, feedback bij de testen, … Dit kan individueel, in kleine groep (bv. in een studiegroep) of in grotere groep (bv. rond specifieke thema’s of voor de feedback).

        Vakinhoudelijke begeleiding na afspraak met de lesgevers voor de andere vakken.

        Algemene studiebegeleiding: studieplanning, studiemethode, zoeken naar oplossingen bij studieproblemen.

        Studietrajectbegeleiding: advies en info over geïndividualiseerd traject, bijzonder statuut, heroriëntering, begeleiding studietraject en -vooruitgang.

        24. Welke rekenmachines kunnen er gebruikt worden bij de evaluaties?

        Voor alle (niet-)periodegebonden evaluaties waarbij de student een rekenmachine mag gebruiken, is enkel het gebruik van het type TI-30XB MultiView of het type TI-30XS MultiView toegelaten (tenzij anders gemeld door de verantwoordelijke lesgever).

        Meer info

        25. Is een laptop verplicht en welke vereisten zijn er voor een laptop?

        Een laptop is verplicht en noodzakelijk vanaf het eerste bachelorjaar.

        Lees meer over de minimumvereisten.

        Studenten die het financieel moeilijk hebben, kunnen aankloppen bij de Sociale Dienst van de UGent; zij kunnen onder bepaalde voorwaarden een studiefinanciering geven aan studenten, onder de vorm van een toelage of een renteloze studielening. Meer info is ook te vinden via bovenstaande link.

        26. Kan ik naar het buitenland tijdens mijn studies?

        Veel (toekomstige) studenten denken bij internationalisering standaard aan het Erasmus programma. Als faculteit zetten wij echter in op verschillende formats, en Erasmus is dus niet de enige (of belangrijkste) mogelijkheid om een buitenlandse ervaring op te doen. Er is "voor elk wat wils", zowel lange alsook kortere verblijven zijn mogelijk.

        • Erasmus Belgica: uitwisseling voor studie in Franstalig België (1 of 2 semesters)
        • Erasmus: uitwisseling voor studie in de EU & Zwitserland (1 of 2 semesters)
        • Uitwisseling voor studie buiten Europa (1 of 2 semesters)
        • Stage, zowel binnen als buiten Europa, eventueel ondersteund via IAESTE (meer dan 80 landen wereldwijd), FEA is de pionier/trekker van IAESTE in België, van 6 weken tot 1 jaar, kan ook (deels) na afstuderen
        • Korte cursussen in Europa via BEST (typisch 1 week)
        • Ontwikkelingssamenwerking: veldwerk in “het zuiden” met een reisbeurs, van 1 maand tot 1 jaar
        • Internationale studiereizen
        • Summer schools

        Als ingenieur werk je meestal (of altijd) in een internationaal werkveld en zelfs al blijf je in België na het afstuderen, dan nog is het belangrijk en een voordeel om tijdens de studies een internationale ervaring op te doen.

        27. Wat houdt het Excellentieprogramma Innovation for Society in? Wie kan dit volgen?

        Wat?

        Vanaf het academiejaar 2021–2022 biedt de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur aan haar studenten een excellentieprogramma aan. Dit eenjarig programma, ‘Innovation for Society’, biedt gemotiveerde studenten een stevige intellectuele uitdaging, die zowel verbredend als verdiepend is. Het doel is om innovatieve en veelzijdige oplossingen voor belangrijke hedendaagse maatschappelijke problemen te bedenken en te implementeren.

        In het programma werken we rond jaarlijks wisselende thema’s, gelinkt aan een of meerdere van de United Nations Sustainable Development Goals. Dit thema bekijken we vanuit een Gentse of Belgische context en vanuit de rol die de ingenieur (m/v/x) kan spelen bij het behalen van die doelstelling(en).

        Voor wie?

        De doelgroep zijn goede, gemotiveerde en veelzijdige studenten die naast hun reguliere bachelor- of masteropleiding graag een jaar lang een stevige extra uitdaging willen aangaan. We mikken niet louter op topstudenten (op basis van studieresultaten), maar op een brede mix van profielen. Motivatie, enthousiasme en creativiteit spelen een doorslaggevende rol.

        Het programma kan enkel gevolgd worden door studenten met een inschrijving in een van de studieprogramma’s van de faculteit Ingenieurswetenschappen en Architectuur die minstens het eerste bachelorjaar (industrieel ingenieur, burgerlijk ingenieur of burgerlijk ingenieur-architect) volledig heeft afgewerkt. 

        28. Kan ik de educatieve master (Master of Science in de wetenschappen en technologie, afstudeerrichting engineering en technologie) combineren met mijn opleiding?

        De educatieve masteropleiding (EduMa – Master of Science in de wetenschappen en technologie, afstudeerrichting engineering en technologie) wordt in de meeste faculteiten aangeboden naast de domeinmaster. Je kunt beiden kiezen na je bacheloropleiding. Voor de ingenieurswetenschappen (‐architectuur) en de industriële wetenschappen is een keuze voor de educatieve masteropleiding (EduMa) meteen na de bachelor niet evident. Als je het geïntegreerde traject volgt, behaal je immers de beroepstitel niet. De faculteit zet daarom in op het verkorte traject van 60 studiepunten, waarop je kan inschrijven tijdens of na de domeinmaster.

        Programma

        • Geïntegreerde educatieve masteropleiding (samen aangeboden door de FEA en de FPPW). De geïntegreerde educatieve masteropleiding is bedoeld voor studenten die de EduMa meteen na de bacheloropleiding (180 SP) volgen. Je volgt 120 studiepunten, bestaande uit 45 studiepunten leraarsvakken en 75 studiepunten domeinspecifieke vakken. Doordat er in de bacheloropleidingen industriële wetenschappen geen ruimte is om al leraarsvakken op te nemen, volg je verplicht een voorbereidingsprogramma met 15 studiepunten leraarsvakken als je kiest voor de geïntegreerde masteropleiding. In totaal heb je dan 315 SP afgelegd om het diploma van leraar te ontvangen binnen het geïntegreerde traject van de EduMa.
        • Verkort traject educatieve masteropleiding (aangeboden door FPPW, gezamenlijk diploma door FEA en FPPW). Het verkorte traject is bedoeld voor studenten die de EduMa volgen tijdens of na hun domeinmaster. Je hebt dan al 180 SP van de bachelor en 60 SP van je domeinmaster afgewerkt. Je volgt enkel 60 studiepunten leraarsvakken (dus geen voorbereidingsprogramma van 15 SP). In totaal heb je dan 300 SP afgelegd om 2 diploma’s te ontvangen: jouw ingenieursdiploma van de domeinmaster (met de beroepstitel van industrieel ingenieur) én het diploma van leraar.
        • Meer info over de verschillende afstudeerrichtingen in deze educatieve master

        Welke vakdidactieken je kan opnemen, is afhankelijk van de voorafgaande bacheloropleiding. Aan elke vakdidactiek is een lijst van bachelordiploma’s verbonden die toegelaten worden tot de vakdidactiek. De toelatingsvoorwaarden zijn dezelfde in alle Vlaamse universiteiten. Het is mogelijk om een bijkomende vakdidactiek op te nemen waar je geen rechtstreekse toegang tot hebt. Je volgt dan een bijkomend voorbereidingsprogramma. 

        29. Waarom kiezen voor de faculteit Ingenieurswetenschappen en architectuur?

        Filmpje: 'Waarom industrieel ingenieur aan de UGent studeren?'

        • UGent stimuleert ondernemerszin bij haar studenten: de studenten kunnen tijdens hun opleiding ondernemersvakken kiezen. UGent heeft tevens ook het Expertisecentrum Durf Ondernemen (DO!). Het is het eerste aanspreekpunt voor alle UGent'ers die denken aan ondernemen en het vormt een springplank naar verdere begeleiding bij aansluitende diensten en programma's. Voornaamste doel van Durf Ondernemen is om zoveel mogelijk studenten ondernemende competenties te laten verwerven en om de officiële student-ondernemers optimaal te begeleiden en te ondersteunen bij de uitbouw van hun onderneming.
        • Duurzaamheidsdenken wordt aan onze faculteit doorheen de ganse opleiding gestimuleerd. De ingenieurs van de toekomst moeten immers bij alles wat ze ontwerpen en maken rekening houden met het duurzaamheidsaspect.
        • De faculteit zet heel sterk in op internationalisering. Er zijn vele opties: Erasmus, samenwerking met internationale partners van de faculteit, stage in het buitenland (o.m. via IAESTE), veldwerk in het buitenland in het kader van een masterproef, summer schools en workshops (o.m. georganiseerd door BEST), …
        • De studentenkring Hermes ondersteunt je op heel wat vlakken. Hermes staat in voor de cursusverkoop en de opvang en begeleiding van de eerstejaarsstudenten tijdens de onthaaldag. Daarnaast organiseren ze jaarlijks een job- en stagevent, specifiek voor industrieel ingenieurs. En natuurlijk zorgen zij ook voor de nodige ontspanning met culturele activiteiten, sport en feesten.
        • UGent heeft een eigen loopbaanplatform, UGent Career Center, voor al haar studenten en alumni.
        • De faculteit hecht veel belang aan het welbevinden van haar studenten. Daarom voorzien we heel wat ondersteuning. Onze studiebegeleiders bieden niet alleen vakinhoudelijke begeleiding aan zoals uitleg bij theorie en oefeningen, zowel individueel als in kleine groepjes, maar helpen je ook op weg met meer algemene studieondersteuning, zoals planning, organisatie en studiemethode. En voor vragen omtrent je studieloopbaan kan je altijd terecht bij de trajectbegeleiding. Voor je spreek- en schrijfopdrachten die je doorheen je studies krijgt, kan je terecht bij de dienst Taalbegeleiding en –advies.
        • Gent is een fantastische stad om te studeren. Gent is een multiculturele en vooral multifunctionele stad. Alle belangrijke functies zijn aanwezig in onze stad: economie en industrie, haven, handel, politiek en administratie, toerisme, cultuur, sport en natuurlijk onderwijs. Je krijg dus volop kansen om een netwerk uit te bouwen tijdens je studies.
        • De faculteit is nauw betrokken bij wat er gebeurt in de wereld om ons heen. Samen met de UGent zijn we partner in het innovatiebeleid van de stad Gent. Onze onderzoekscentra bevinden zich grotendeels op het wetenschapspark Ardoyen. Dit wetenschapspark huisvest naast de UGent onderzoekscentra ook 12 publieke onderzoekscentra, 8 industriële pilots en testfaciliteiten en meer dan 90 kennisintensieve start-ups, academische en zakelijke R&D-centra die in totaal meer dan 4.400 hightech professionals tewerk stellen.
        • De faculteit biedt onderwijs en onderzoek op hoog internationaal niveau en de faculteit is prominent aanwezig in internationaal onderzoek
        • De faculteit biedt een veelzijdige vorming aan, met heel veel keuzemogelijkheden. Er is bovendien een zeer nauwe samenwerking tussen de opleidingen burgerlijk ingenieur, burgerlijk ingenieur-architect en industrieel ingenieur
        • Heel veel jobmogelijkheden na afstuderen!
        • Via onze alumnivereniging AIG kan je na je studies een uitgebreid netwerk met collega's uit de industrie en de academische wereld uitbouwen.
        • UGent staat in de Shangai ranking het hoogste gerangschikt van alle Belgische universiteiten (UGent op plaats 74 en KU Leuven op plaats 95) en de Shangai ranking is de belangrijkste ranking in de wereld voor universiteiten!